Op 5 april 2010 begonnen de weeën opnieuw, deze keer in mijn buik en met alle andere tekenen van beginnende arbeid. Samen met mijn vriend Tim en de begeleiding van Connie en Leen werd in de avond ons zoontje Tijl geboren. Een zalige ervaring om dit in alle rust en vertrouwde warmte thuis te doen. Na de kennismaking met ons zoontje en de verzorging kwamen de kersverse grootouders en tante en nonkel nog even kijken.
Het werd buiten donker, we kropen met ons drietjes in bed om de eerste nacht samen door te brengen.
En dan komt het besef: ‘nu is het voor echt, dit kleine hummeltje is van ons!’
Van nature heb ik graag alles in orde en controle over alles, maar voor mijn bevalling had ik me voorgenomen te proberen alles rond de bevalling, geboorte en nieuwe leven van ons kleintje los te laten, alles te nemen hoe het zich aandiende.
Iedereen heeft zijn eigen opvattingen en dan zijn er natuurlijk de alom gekende principes:
-“je moet je kindje niet teveel oppakken want dan wordt het verwend”
-“laat het maar eens goed wenen want dat is goed voor de longen”
Niet te vergeten handelingen die subtiel in vraag gesteld worden:
-“is dat wel goed zo in die draagzak hangen?”
-“wil hij nog wel in zijn park liggen als je hem de hele tijd in de draagzak draagt?”
-“vindt je het niet erg dat hij gaat duimen?
Dit zorgde bij mezelf toch voor wat innerlijke stress wat bij de nacontrole bij Connie ter sprake kwam. Connie raadde me het boek “baby ’s weten wat ze willen” van Aletha Solter aan. Ook zei ze me nog eens heel duidelijk dat ik als mama aanvoel wat mijn baby nodig heeft en dat ik me daar door niemand in de war moet laten brengen.
Het boek leest als een trein en geeft tips en korte voorbeelden van ouders over hoe omgaan met huilen van baby’s, eten geven, slapen,…
Het heeft me gesterkt dat Tijl soms gewoon eens goed wil wenen, zonder reden, en zoveel te sneller hij kan uitwenen zoveel te sneller hij gelukkig is achteraf.
Soms weent hij 10-15 minuten erg hard en boos, soms 5 minuten en valt hij erna rustig en moe in slaap of begint hij uitbundig te lachen en is erg leergierig.
Ondertussen kan ik soms al aanvoelen wanneer het nodig is hem te laten wenen: na een druk spelmoment of een namiddag bezoek. Ook blijf ik er zelf volkomen rustig bij omdat ik weet dat het hem helpt. Anderen mensen hebben het er duidelijk moeilijker mee omdat ze niet gewoon zijn baby’s te horen wenen, ze moeten altijd ten alle tijden gesust worden.
We waren in de ikea waar Tijl eens goed wou wenen, ik nam hem in mijn armen en zei rustig dat hij goed mocht wenen zodat alles eruit was. Ik stond hierbij wat aan de kant waar niet geen mensen zaten(in het restaurant) maar zag mensen gewoon ongemakkelijk worden in mijn plaats! Niks van aangetrokken en 10 minuten later met een content brabbelend zoontje in de draagdoek gaan winkelen!!
In diezelfde ikea zag ik een mama de tut in het mondje van haar pas geboren kindje duwen en er ook nog wat draaien en wiebelen terwijl het kindje weende! Ik wou mijn theorie gaan verkondigen maar ja iedere mama voelt aan wat te doen hé!
Connie’s steeds terug komende vergelijkingen met de natuur en nadenken over wat je zelf fijn en niet fijn vindt zijn ook de moeite waard om zelf mee bezig te zijn.
Iedereen heeft bijvoorbeeld altijd de neiging een wenend kind een tut te geven. Totdat ik tot het besef kwam dat als ik eens goed wil wenen of schreeuwen ik ook niet wil dat iemand iets in mijn mond duwt. In de familie weten ze ondertussen dat er geen tut in Tijl’s mond moet als hij wil wenen!
Iedere mama kiest haar eigen weg samen met haar kindje, die van mij door zoveel mogelijk Tijl proberen te lezen en te zien waar we uitkomen.